De bloemetjes en de bijtjes

Veel bloemen hebben speciale aanpassingen om de kans zo groot mogelijk te maken om bestoven te worden door insecten die stuifmeel meebrengen. Sommige bloemen proberen zoveel mogelijk insecten aan te trekken, terwijl andere slechts door één insectensoort bestoven kunnen worden. Omdat er geen competitie is, zal deze bestuiver veel bloemen van hetzelfde type bezoeken, waardoor de kans wordt vergroot dat stuifmeel tussen bloemen van dezelfde plantensoort wordt uitgewisseld. In het avond- of dagdeelvullend programma ‘De bloemetjes en de bijtjes’ wordt uitgelegd waarom bloemen eruit zien zoals ze zijn. De nadruk ligt hierbij niet op kleurpatronen, maar op fysieke verschillen in bloembouw. Eerst wordt er ingegaan op de diversiteit en het algemene onderliggende bouwplan van bloemen. Daarna kunt u zelf aan de slag om de werking van bloemen te ontrafelen. Tot slot kunt u de 35 min. durende film ‘Bloemen houden van... insekten’ bekijken, die in detail ingaat op de relaties tussen bloemvormen en bestuivingsstrategieën van Europese wilde bloemen.

 

Bijen zijn belangrijke bestuivers van bloemen en veel planten hebben bloemvormen die speciaal aan deze insectengroep zijn aangepast. Vlinders stelen met hun roltong vaak nectar, zonder pollen op te nemen. Planten die vlinders aantrekken om hun bloemen te bestuiven, moeten hierop speciaal zijn aangepast.


Bloemen hebben soms bijzondere vormen, die samenhangen met de manier waarop ze bestoven worden.


Cursusinformatie

Duur: halve dag / avond

Plaats: op lokatie

Docent:
Dr. Arnold van den Burg