Pathologie van niet-uitgekomen eieren (boek)

Onderzoekers die zich verdiepen in het broedsucces van vogels vinden vaak eieren die niet zijn uitgekomen. Meestal worden deze eieren achtergelaten of weggegooid. Door de eieren voorzichtig open te maken, kunnen echter belangrijke aanwijzingen verkregen worden waarom de eieren niet zijn uitgekomen. Deze oorzaken houden op hun beurt vaak verband met factoren die het broedsucces limiteren. Dit boek is een rijk geïllustreerde praktische gids voor het openen van mislukte eieren, waarbij de waarnemingen gekoppeld worden aan de meest voor de hand liggende oorzaken en de achtergronden hierbij. Niet alleen embryonale afwijkingen worden behandeld, maar bijvoorbeeld ook bevruchting, bacteriële besmetting en de relaties tussen primaire en secundaire oorzaken van het mislukken van eieren. We verwachten dat dit boek niet alleen bruikbaar is voor onderzoekers van wilde vogels, maar ook vogelhouders kan helpen bij het opsporen van mislukkingsoorzaken.

In de dooier worden op voorhand de voedingsstoffen voor het embryo opgeslagen. Met behulp van een uitgebreid bloedvatstelsel worden de nutriënten naar het embryo getransporteerd. Linksonder het embryo ligt de allantoïs waarin het embryo zijn voedingsstoffen opslaat.

Een grutto wordt met grote poten en een lange snavel geboren om direct rond te kunnen lopen en zelf voedsel te zoeken. De poten liggen in het ei over de kop, wat bij de meeste vogelsoorten (met korte poten) de ei-uitkomst verhindert.


Als het embryo zich niet draait naar de lengte-as van het ei, omdat het embryonale vlies is verkleefd met de schaalvliezen, groeit het zichzelf klem in de breedte-richting van het ei (sperwer).


Auteur:
Arnold van den Burg