Ecotoxicologie

Persistent Organic Pollutants (POP’s) zoals PCB’s en Dioxines, zijn in lage concentraties alom vertegenwoordigd in de bodem. Her en der in het onderzoek zien we dat door bioaccumulatie de concentraties bij dieren zo hoog oplopen dat het waarschijnlijk is dat er dieren aan dood gaan of een verminderde reproductie hebben, zoals bij tapuiten in de kustduinen (dioxines) en oehoe in Zuid-Limburg (PCB’s). Doordat het onderzoek naar deze gifstoffen bijzonder prijzig is, hebben we geen beeld hoe de accumulatie van deze gifstoffen precies verloopt en in welke ketens van het voedselweb schadelijke effecten te verwachten zijn. We weten dus ook niet welke natuurbehoud doelstellingen door POP’s onder druk staan en wat hier eventueel aan te doen is. De doelstelling van BSF is om dit wel precies in kaart te brengen door POP’s te meten met behulp van veel goedkopere bioassay methoden, waardoor het meten van grote aantallen monsters mogelijk wordt. Hoewel de betrouwbaarheid van deze metingen lager is, kunnen hiermee (hopelijk) wel de ecologische vragen beantwoorden. We achterhalen nu de exacte methodiek en hopen met vrijwilligers een eerste meetreeks op te gaan zetten (met subsidies van Groen en Doen, Vogelbescherming Nederland en het Gaia Nature Fund).



In de eieren van de tapuit komen hele hoge waarden van PCB’s en dioxines voor. Deze gifstoffen accumuleren in de bodeminsecten die tapuiten veel eten.




Het amnionvlies om het tapuitembryo ontwikkelt zich tot huid en er gaan zelfs veren op groeien (de zwarte puntjes). Deze afwijking was de aanleiding om het onderzoek naar gifstoffen bij de tapuit op te starten.




Ook in dode oehoes in Zuid-Limburg zijn hoge PCB waarden gerapporteerd. Hoe de vogels aan PCB's komen, is nog niet bekend.