Stikstof

Stikstof is een belangrijke voedingsstof voor planten. Schaarste aan stikstof is van nature een belangrijke factor die de plantengroei limiteert. Toediening van extra stikstof zorgt er dan ook voor dat planten harder gaan groeien, maar als er teveel stikstof beschikbaar komt en andere plantenvoedingsstoffen beperkend worden, ontstaan er problemen voor het functioneren van ecosystemen en de biodiversiteit. Hoge stikstofdepositie is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor vergrassing, verlies van bloemplanten en bestuivers, bodemverzuring, verlies van mycorrhizaschimmels, een slechte voedselkwaliteit van planten voor planteneters en negatieve effecten van een slechte voedselkwaliteit hogerop in het voedselweb, waardoor er veel biodiversiteit verloren gaat. Een toename van stikstof in oceanen is in verband gebracht met koraalsterfte en een reductie van visbestanden. De stikstof komt vrij bij de industrie en het verkeer en bij (intensieve) veehouderij. Verbrandingsprocessen leveren NOx-verbindingen op, die echter minder schadelijk zijn voor de natuur dan NH3/NH4+ vanuit de landbouw. Het probleem van stikstofdepositie houdt hiermee ook indirect verband met het verlies van biodiversiteit in het agrarisch gebied (door te intensieve landbouw), het kappen van regenwoud (voor het verbouwen van soja dat als veevoer wordt verkocht) en klimaatverandering (door het kappen regenwouden en methaanuitstoot door landbouwhuisdieren). Hoewel voor veel natuurgebieden de kritische depositiewaarde wordt overschreden, zijn de inspanningen om de stikstofuitstoot terug te brengen onvoldoende (stijgt weer in Nederland). Ook wereldwijd is de prognose dat de stikstofbelasting nog sterk zal toenemen. Om hier iets tegen te doen, zet BSF zich in om kennis van dit probleem te verspreiden en door middel van onderzoek meer kennis over de effecten te verkrijgen. Hiernaast ontwikkelen we methoden voor effectmonitoring (gericht op de effecten op fauna) en zoeken we naar oplossingen voor deze problematiek, die zowel de effecten op de natuur verkleinen als ervoor zorgen dat de stikstofdepositie op natuurgebieden wordt verkleind. Een voorbeeld hiervan is het terugdringen van bodemverzuring, door toepassing van kalkhoudend steenmeel.

 

Door verzuring en vermesting verloopt de eiwitproductie in zomereiken slecht en zijn ze in het voorjaar ongeschikt als waardplant voor rupsen. Bij de Amerikaanse eik treedt dit niet op: zij worden kaal gegeten, terwijl de zomereik zijn blad houdt.
Experimenten met rupsen van de kleine wintervlinder laten zien dat ze massaal sterven op eikenbomen die op slechte standplaatsen staan als gevolg van verzuring en stikstofdepositie.

De gebrekkige opbouw van eiwitten werkt door tot in de top van de voedselketen, waar sperwers in hun eileg beperkt worden door aminozuurgebrek, de bouwstenen van eiwitten. Omdat het voedsel van sperwers grotendeels uit eiwit bestaat, zijn het voornamelijk veranderingen in de voedselkwaliteit (de samenstelling van de aminozuren) die de problemen veroorzaken.