De ontdekking van je leven (boek)

Een vraag die de mensheid eeuwenlang heeft bezig gehouden is wat leven nu precies is. In de Griekse oudheid geloofde men, dat alle stoffen (en ook leven, aangeduid als « lichaamssappen ») bestond uit vier elementen : water (slijm), aarde (zwarte gal), lucht (gele gal) en vuur (bloed). Deze theorie is afkomstig van de wijsgeren Empedocles en Hippocrates, en werd tot diep in de 18e eeuw aangehangen.

Vanaf de vroege 17e eeuw kwamen er langzaam tegengeluiden met de geleidelijke ontwikkeling van de wetenschap zoals wij die nu kennen. Met name de biologie, ofwel de leer van het leven, heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen, dat we nu weten wat leven is. De ontwikkeling van de microscoop heeft het mogelijk gemaakt om dieper in levende wezens te kijken dan ooit tevoren. Daardoor hebben microscopisten de bouwstenen van het leven kunnen ontdekken, de cellen. Andere technieken hebben de chromosomen in de cellen zichtbaar gemaakt waarop het leven gecodeerd ligt opgeslagen.

De ontdekking van wat leven is, is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de microscoop. Ook vandaag speelt de microscoop nog steeds een belangrijke rol in de bestudering van het leven. Met een elektronenmicroscoop kunnen cellen tot in het kleinste detail worden bestudeerd om het wonder van leven verder te begrijpen.

Het boek « De ontdekking van je leven » beschrijft de ontwikkeling van de microscoop sinds de vroege 17e eeuw, en hoe het leven zijn geheimen heeft prijsgegeven, dankzij de microscoop. Het is een verhaal van enthousiaste amateurs, briljante geleerden en geslepen wetenschappers. Een fascinerende reis door de tijd voor iedereen, die wil begrijpen hoe ons idee van wat leven is, is ontstaan.

Vroege microscopie


Robert Hooke was de eerste die de term "cel" gebruikte, nadat hij celwanden in kurk had gezien (zonder te weten waar hij naar keek).



Anthoni van Leeuwenhoek bestudeerde alles wat hij maar kon in zijn zelf gemaakt microscoop. Beroemd zijn zijn waarnemingen van algen die hij uit een meertje had opgevist en die hij "animalcules" ("kleine diertjes") had genoemd.


Auteur:
Erwin van den Burg